Rituelen

Gepubliceerd op: 5 maart 2026

‘Is het niet heel erg deprimerend?’ vroeg iemand me tijdens een interview. ‘120 namen van uitgestorven diersoorten opnoemen en dan weer naar huis?’ Ik moest denken aan de viering waar de interviewer naar verwees. 4 oktober 2023, de eerste editie van de Ode voor de uitgestorven diersoorten in de Grote of St.-Bavokerk.

We stonden in een kring rond het oude touw van de grote Roeland – een joekel van een klok die ook klinkt bij uitvaarten en op gedachteniszondag.

De Dunbekwulp – dong.
Het Solitaire Lantaarntje – dong.
De Chinese Lepelsteur – dong.
De Pyreneese Steenbok – dong.

Sinds 2000 uitgestorven. Genoemd. Herdacht. Voor ieder van hen één slag van de klok. En sinds 2023 doen we dat elk jaar opnieuw op 4 oktober.

Ja, het is serieus. Ja, het is verdrietig om al die namen te horen en te beseffen dat ze er niet meer zijn. En natuurlijk maken we ook wel eens een grapje – hoe erg vinden we het dat Lucka’s Bioluminiscerende Gigantische Kakkerlak is verdwenen? Maar deprimerend? Nee. Nooit.

Dat heeft voor mij alles te maken met de kracht van het ritueel. Een ritueel doet iets wat moeilijk uit te leggen is. Dat is misschien precies waarom het een ritueel is: het brengt onder woorden, of beter gezegd, onder klank, wat zich niet goed laat uitleggen. En het lucht op. Omdat er ruimte is gemaakt voor dat wat zo moeilijk benoemd kan worden. En omdat je het samen doet.

Onze ode aan de uitgestorven diersoorten is een ritueel om te (leren) geloven dat dit verdriet niet in het luchtledige verdwijnt. Dat wat wij nauwelijks kunnen dragen, bij God veilig is. Dat ook wat uitgestorven is, niet uit zijn aandacht valt.

De kerk weet al eeuwen dat het krachtig is om rituelen te hebben voor dat waar je je machteloos of verdrietig over voelt. Denk maar aan hoe het een opluchting kan zijn wanneer de naam van een overleden geliefde wordt genoemd tijdens gedachteniszondag. Of aan Aswoensdag waar we kruisjes op ons hoofd krijgen gedrukt en onze eigen sterfelijkheid gedenken. Het is pijnlijk en mooi tegelijk. Verdrietig en troostend.

Misschien is dat wel de kracht van de kerk: ook verdrietige gebeurtenissen ritueel durven ‘vieren’. Omdat we proberen te geloven dat, met alles wat er ook aan wanhoop en verdriet is, ons leven in Gods hand is.

Daarom is het juist belangrijk dat de kerk de plek is waar er rituelen zijn. Waar óók benoemd wordt wat ons benauwt en verdrietig maakt. In het vertrouwen dat wanneer we het benoemen, er ruimte ontstaat voor nieuw leven door alles heen.

ds. Willemijn van Dijk – Heij
wijkpredikant Protestantse Gemeente Haarlem – Centrum

Geschreven voor de nieuwsbrief van Groene Kerken