Over vrijheid
Gepubliceerd op: 29 september 2025
Hoogleraar geschiedenis, filosoof en Oekraïne kenner Timothy Snyder schrijft in zijn boek Over Vrijheid een aangrijpende anekdote, die volgens mij gaat over transformatie: In een Oekraïens dorp dat heroverd is op de Russen, hebben meer dan honderd dorpelingen een jaar lang in de kelder van de school opgesloten gezeten. Een gruwelijke tijd vol verschrikkingen. Nu zijn ze ‘bevrijd’: ze kunnen de school weer uit. En dat is fijn.

Maar Snyder stelt de vraag: Zijn ze nu ook vrij?
Alles is kapot, er zijn bijna geen middelen of voorzieningen om weer een toekomst op te bouwen. Vanwege zijn contacten daar, vragen de mensen hem om hulp. En wat blijkt voor hen het meest urgent? Een nieuwe speelplek voor de kinderen. Want het schoolplein van de school waar ze gevangen zaten, zal met alle herinneringen nooit meer een fijne plek kunnen zijn, Voor de bevrijde dorpelingen, is de eerste stap naar vrijheid, een plek voor de kinderen om vrolijk en veilig te kunnen spelen.
Snyder ziet hierin een duidelijk voorbeeld voor hoe ‘vrijheid’ in werkelijkheid iets is dat ‘gezamenlijk’ is, in plaats van iets ‘individueels’. Hij opende voor mij de ogen voor de dominantie van een ‘negatief vrijheidsbegrip’ in onze tijd.
Daarmee bedoelt hij niet dat we vrijheid ‘stom’ vinden, of dat het iets ‘negatiefs’ is: hij bedoelt dat wij, als we over vrijheid praten of denken, voortdurend doen alsof we pas vrij kunnen zijn als er één of andere belemmering uit de weg is geruimd.
Als ik niet meer naar school hoef, dán ben ik vrij. Als ik niet meer hoef te werken, dán ben ik vrij. Als die ander mij niet meer in de weg zit, dán ben ik vrij. Als er geen buitenlanders meer zijn, dan zullen we in Nederland vrij zijn. Pas als Hamas verslagen is, dán kan Israël vrij zijn. Als de overheid eens stopt met zich met ons te bemoeien, dán zullen we vrij zijn.
Deze negatieve vrijheid, roept voortdurend ‘minder, minder, minder!’. Hij vergeet, dat geen mens vrij wordt geboren, maar juist totaal afhankelijk van de zorg van mensen. Of dat kind een vrij mens kan worden, hangt af van de daden van ánderen.
Zo komen we bij wérkelijke vrijheid, niet als negatieve, maar als ‘positieve’ vrijheid. En ik geloof dat dit ook de vrijheid is die we in de Bijbel kunnen terugvinden. Vrijheid is iets dat we met en vóór elkaar mogelijk maken. En het heeft alles te maken met belofte, betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. In een samenleving bijvoorbeeld: als bussen en treinen goed toegankelijk zijn, betaalbaar of gratis, en op tijd rijden, dan bevorder je daarmee voor iedereen vrijheid. Dan kan diversiteit opbloeien. Mensen kunnen creatief worden en hun hart volgen.
Laten we déze transformatie met elkaar de wereld in helpen: welke religie je ook aanhangt: Vrijheid is niet vrij-zijn-van-ánderen. Vrijheid is juist wat we aan elkaar kunnen geven. Het vraagt niet om minder, maar om méér.
Stadsdominee Tom de Haan
Toespraak tijdens de interreligieuze viering aan het einde van de Vredesweek in de Remonstrantse Kerk Haarlem | 28 september 2025